Omverweg

na eindeloze regendruppels
bevind ik me naast de goudsbloemen
ik kijk hoe de grond opdroogt
tast af hoe diep de tranen zitten

binnen brandt mijn bananenbrood aan
ik weet hoe ik de oven stop kan zetten
en toch laat ik de verbrande geur 
de vochtige tuin binnendringen

het verloop van brood
de start van een bloem
de tijd sluipt zo in je kasten
aftastend blijft het stil

tot de keuken schoonmaak begint
en daar ligt het bewijs
vergeten kaas vol schimmels
drinkbare jam over de datum

en helemaal achterin een
tot voorheen verloren jeugdfoto
perfectie in een rechthoek
al dacht ik er toen anders over

de tijd heeft de kasten volgezogen
achter gesloten deuren zag ik niets
het roept weerstand in me op
en rouw om een verloren tijd

de tijd overheerst te snel
en dus zoek ik tegenbewijs
waar vind ik bevroren tijd
waar wint vertraging van geraas

en onder snel varende wolken
vind ik een slome rijping
stilstaande goudsbloemen wiens groei
onmerkbaar zijn voor mijn begrip

zie de bloemen netjes wachten
angst voor tijd achterlatend
klaar om verder te vliegen zodra
de natte grond zijn zwaarte verliest

mogen stilstaan bij de traagte
van een bloeiende natuur
laat mijn weerstand zakken
zie me gaan hier, ja, ik groei