Rode lopers en verloren garderobes

Geïnspireerd door de podcast The Anthropocene Reviewed waar John Green verschillende aspecten van het antropoceen beoordeelt op een schaal van vijf sterren.

Of wij meegeholpen hebben aan de film. Stilte. ‘Ja, of we op de één of andere manier verbonden zijn aan de film die vanavond in première gaat, want dan moeten we de rode loper op’. Nee. We hadden makkelijk ‘ja’ kunnen zeggen, maar we kiezen voor het eerlijke antwoord. Voor ons dus geen lukraak belichte rode loper, maar een met hekjes afgezette uitgerolde mat die zich in de schaduw van de fotografen bevindt. Het maakt ons niet uit, want we zijn er: het Nederlands Film Festival. Nog geen 24 uur geleden was mijn zaterdag avond nog gevuld met het terugkijken van Heel Holland Bakt, maar nu houden mijn met pleisters beplakte tenen zich schuil in hakken die mee opgaan in de schaduw van het niet bekend genoeg zijn.

Nog voor we het weten, zien we de eerste sterren de loper betreden. Om de paar seconden staan ze stil om vragen te beantwoorden over de film, om vervolgens weer een stapje naar achteren te doen en hun mooie pakken te laten zien. Het is een soort dans. Een dans zonder muziek. Een dans voor genodigden. Eenmaal binnen gekomen, zoeken we ons suf naar een balie met onze tickets. Een naam – haar naam – gekrabbeld tussen een lijstje met andere namen, laat de vrouw achter de balie weten dat twee kaartjes onze komst al verwachtten. Daar staan we dan, twee verbaasde gezichten met twee afgescheurde kaartjes, op zoek naar de juiste zaal.

Tijdens onze zoektocht naar een garderobe, worden we meermaals met vraagtekens teruggestuurd. Optie één: we lopen weer helemaal terug om een kluisje vol te proppen met onze winterjassen. (Als we toch weer beneden zijn, kunnen we net zo goed gelijk de rode loper wél betreden). Optie twee: we klemmen de jassen onder onze oksels en gaan op zoek naar twee plekken met een derde lege stoel om alles op te dumpen. De avond verloopt volgens de voorheen nog niet bestaande optie drie: geen kluisje en geen lege stoel. Dan maar twee zachte dekentjes op schoot.

De stoelen om ons heen worden gevuld met bekende gezichten. Bekende gezichten vinden andere bekende gezichten. Wij daarentegen vinden vooral, maar worden niet gezocht. En terwijl de film nog niet begonnen is, dimmen de lichten en valt even alles weg. Het scherm verdwijnt en de camera richt zich op het rollenspel wat zich in het publiek afspeelt. Geen romantische comedy of oorlogsfilm die in première gaat, maar een psychologische thriller die zich naast ons afspeelt. Onze stoelen varen zichzelf naar de zijkant en alleen wij twee nemen het toneelstuk vanaf een afstand waar.

In onze onbekendheid schuilt een gave: wij hebben het script dan wel niet ontvangen, toch zien we hoe alles perfect wordt uitgevoerd. Je zegt je naam en dan waar iemand je van zou kunnen kennen. Een glimlach symboliseert onwetendheid en moedigt de ander aan om meer over zichzelf te vertellen. Een ‘oh ja!’ kan zowel oprecht als misplaatst zijn. Bij ongemak geeft men een review over de film die nog moet beginnen en geen van beiden partijen dus gezien heeft. Ik kijk en ik bewonder. Bijna alle grenzen zijn uitgewist, er hangt alleen nog een verfgeur van de rode cirkel die speciaal om ons heen gemaakt is. Onze eigen bubbel binnen een bubbel. De dunne huid van de bubbel daagt me uit om er door heen te prikken en mee te doen aan het spektakel, maar ik zeg nee. Nee, we zijn niet verbonden aan de film, en nee, ik ben niet bekend genoeg om mijn kostuum in ontvangst te mogen nemen.

Tijdens de treinreis terug, met genoeg lege stoelen voor overbodige jassen, giert de onzekerheid me door het hoofd. Is dit wat het betekent om bekend te zijn? De pracht van met andere mogen netwerken, je bubbel uit te mogen bouwen, een kostuum met eer te dragen? De film was goed, maar het voorprogramma nóg indrukwekkender. Ik geef het Nederlands Film Festival 3 sterren.