De veerkracht van veertjes

Geïnspireerd door de podcast The Anthropocene Reviewed waar John Green verschillende aspecten van het antropoceen beoordeelt op een schaal van vijf sterren.

De dag waarop ik er achter kwam dat al mijn keuzes terug te leiden waren naar angsten in plaats van naar wensen, was tevens de dag waarop ik ontdekte dat ik door een klein gaatje – net boven het klittenband van mijn linkermouw – één voor één de vulling uit mijn jas kon trekken. Het deed me denken aan hoe ik me voel als iemand anders alle energie uit mijn lichaam trekt. Mijn energie opeens aan die ander toebehoort. Het deed me ook denken aan alle mooie mensen die hun vulling met mij willen delen. Aan de man die vanochtend de deur voor me open hield, mijn zus die piano speelt, en de honden die naast me (lees: op me) kwamen liggen uit liefde (voor mogelijke voeding die ik ze kon geven).   

De jas in kwestie is paars en zit vol met kleine veertjes. Donzen veertjes op elkaar gestapeld. Het zorgt ervoor dat ik warm blijf en maakt de jas niet te zwaar. Het zal heus ook wel andere functies hebben, maar het gemak om me daar niet druk over te hoeven maken, neemt mijn gedachten momenteel over. De jas is niet eens van mij. Soms draagt mijn moeder het, en soms zie ik mijn zus er in lopen. De vulling heeft geen vaste baas en past zich telkens aan. Net zoals mijn wil. Mijn wensen. Mijn gedachten. Gedachten over dat het grappige aan het delen van een jas is, dat je telkens naar het parfum van iemand ander ruikt. Soms voel ik me dan ook een beetje die ander. Kruip ik in hun rol. 

De dag waarop ik er achter kwam dat al mijn keuzes terug te leiden waren naar angsten in plaats van naar wensen, was tevens de dag waarop ik ontdekte dat ik dus ook andere beslissingen kon nemen die me misschien veel blijer zouden maken. Ik wil wel schrijfster worden, maar uit angst besluit ik niet te schrijven. Ik wil wel een betere leidster worden, maar uit angst wacht ik de acties van anderen af. Ik wil wel diepere connecties met de mensen om me heen, maar vaak lijkt mijn bindingsangst sterker te zijn dan mijn wil. Ik twijfel aan mijn vermogen om er voor anderen te zijn, omdat ik simpelweg niet eens weet hoe ik voor mezelf moet zorgen. 

Soms denk ik dat ik beter ben in het zorgen voor anderen, dan voor mezelf. Dat ik meer empathie heb voor de problemen van anderen dan het vermogen om mijn eigen leven serieus te nemen. En ik vraag me af of ik voor anderen zorg omdat ik dat fijn vind, of omdat ik dan even niet aan mijn eigen zorgen hoef te denken. Ik heb lang niet begrepen waarom mensen een leven zonder anderen een leeg leven konden noemen, maar nu begrijp ik het wel. Als je enkel de zorgen, de stress en vragen van morgen, en de twijfels over jezelf, moet bezorgen aan je eigen geest, hou je eerder alles verborgen en is de leegte er dus het meest. 

De dag waarop ik er achter kwam dat al mijn keuzes terug te leiden waren naar angsten in plaats van naar wensen, was tevens de dag waarop ik ontdekte dat mijn angst voor het niet overhouden van een jas, me niet weerhield van het driftig uitplukken van veertjes uit mijn linkermouw. Alsof ik verwachtte dat de veertjes nooit op konden raken. Ik vroeg me af of dat ook zo werkte bij mij. Dat mijn liefde en energie nooit écht op kan raken. Ik besloot uit angst voor de niet te omzeilen waarheid, dat mijn liefde en energie elkaar voeden en dat – zolang ik één van de twee nog op wist te brengen – mijn veertjes nooit uitgetrokken konden raken. 

Ik geef de veerkracht van veertjes 4 sterren.