Aan de goden van de doden #4

Hier schrijf ik mijn brieven aan de goden van de doden. Mogen zij die ons verlaten hebben altijd in leven blijven door onze woorden.

De vloer is warmer dan verwacht. Het voelt alsof iemand me voorgegaan is en een vertrouwde plek voor me heeft achtergelaten. Mijn emoties reiken verder dan mijn handen. Ik speel met het tapijt tussen mijn vingers. Zacht. Bekend. Buiten begint het donker te worden. Donkerder dan zijn koude lichaam. Ik wil er niet aan denken. 

Er hangt een lichtknopje aan de muur. Ik zie het. Ik hoef het niet in te drukken. Ik hoef de kamer om mij heen niet te verkennen want ik ken het al. Ik liep dagelijks binnen zonder eraan te denken dingen op te slaan. Ben compleet vergeten om bij momenten stil te staan. Ik dacht dat je nog jarenlang met me mee op reis zou gaan. En nu sta ik hier. Verward. Verstild. Verdoofd. Verlaten. Alleen.

Lees meer

Aan de goden van de doden #3

Hier schrijf ik mijn brieven aan de goden van de doden. Mogen zij die ons verlaten hebben altijd in leven blijven door onze woorden.

Sinds we hier liggen zijn er al vijf vliegtuigen langs gevlogen. We tellen hardop. Jij en ik. En ik vertel je over de dag dat ik ook zo hoog zal zijn. De wolken aan kan raken. Mijzelf een wolk kan voelen. Je luistert, maar je gedachten zijn ergens anders. Onverstoord praat ik door over de reis die komen gaat en beloof ik je dat ik naar je zal zwaaien. Zo hard als ik kan. De raampjes van een vliegtuig zijn klein en de afstand is groot, maar ik wil het graag beloven. En dus, terwijl de zon de lakens nog open slaat, heb ik mijn favoriete belofte van de dag alweer gemaakt. De zon heeft zijn ogen lichtjes gesloten en jij doet het na.

Ik voel aan alles dat dit een bijzonder moment is. Jij en ik, liggend op de trampoline, met onze ogen dicht en oren open. Even een momentje voor onszelf. Het voelt zo breekbaar dat ik het idee heb te moeten fluisteren. Ik draai me naar je toe en fluister ‘Zwaai jij dan terug?’ Je bent stil. Ik laat het. In mijn hoofd dwarrelt jouw reactie rond, een gefluister te zacht voor het menselijke oor. En zonder moeite heb jij het gesprek weer naar stilte gebracht.

Het vliegtuig brengt me naar Praag. De vlucht is rommelig. Mijn maag rommelt mee. Ik land ‘s avonds laat en besluit eerst een snackbar op te zoeken in plaats van te kijken wanneer de laatste tram naar mijn hostel vertrekt. Het zal later blijken geen hele goede keuze te zijn geweest, maar ik vind rust in de onwetendheid.

Lees meer

Aan de goden van de doden #2

Hier schrijf ik mijn brieven aan de goden van de doden. Mogen zij die ons verlaten hebben altijd in leven blijven door onze woorden.

Wanneer ik samen met Yze – onze bruine viervoeter thuis – een wandeling maak, voelt het altijd alsof de doden naast me lopen. Met onze nieuwe schoenen over zanderige paden die eindeloos lijken. Springend over plassen water terwijl het regent, ontwijkend aan het aardse water terwijl de regen op ons valt. We beginnen nieuwe verhalen zonder de oude te eindigen, en soms gaan we zo op in elkaars stem dat ik niet eens meer weet wie nou wat zegt. Af en toe worden we gedragen door de stilte: we wachten op een antwoord van Yze die nooit gaat komen, of de onvoltooide toekomst in ons hoofd neemt het even over. Maar de doden weten me altijd weer bij het heden te brengen. Tijd is een bijzonder iets. 

Vroeger vond ik dat we tijd te veel hadden. Dagen duurden te lang en vrije tijd was er te vaak. Ik vroeg me vaak af of ik al die tijd niet aan iemand anders kon schenken, iemand die het harder nodig had dan ik. De oma die het eerste ballet optreden van haar kleindochter nog mee wilde maken, of de uitzwaaier die het afscheid vast zou willen pakken zoals je met een foto doet, of misschien wel aan iedereen die meer tijd nodig heeft voor het formuleren van een antwoord nadat ze erachter komen dat je je broer verloren bent. Iets verloren hebben, gaat over de gebeurtenis van het verliezen. Iets verloren zijn, gaat over de consequenties die het voor je gehad heeft. 

Ik denk dat het verlies van mijn broer meer iets voor mij ‘is’ dan ‘heeft’, al kan ik die eerste week nog per minuut omschrijven. De chaotische uren werden gevuld met gesprekken die niemand verstond of onthield, en de pijn werd enkel verzacht door nog meer pijn. De hoeveelheid gezichten die ik niet kende, heb ik niet meer geteld nadat ik de vierendertig bereikte. Alsof de maat toen pas vol was. 

Lees meer

Aan de goden van de doden #1

Hier schrijf ik mijn brieven aan de goden van de doden. Mogen zij die ons verlaten hebben altijd in leven blijven door onze woorden.

Ik ben niet bang voor de dood. Of het leven wat na het heden plaatsvindt. Ik omarm de toekomst met alle liefde die je voor onwetendheid kan hebben. Raak er zelfs van overtuigd dat ik met de dag beter wordt in het uitkijken naar morgen. Dat ik daardoor soms vergeet om in het heden te leven, is een bijkomstigheid die enkel mijn geweten belangrijk lijkt te vinden. 

In het heden kunnen leven en de mensen om je heen bewonderen is wat telt, zoals mijn geweten mij dat zo tegendraads op het hart kan drukken. Stil staan, opkijken van je telefoon, ongemakkelijk oogcontact maken met alle andere mensen die ook van hun geweten op moesten kijken, en weer doorgaan. Het heden is me wat. De toekomst lijkt mij interessanter. 

Lees meer